Het roken van tabak begon duizenden jaren geleden bij de inheemse volkeren van Midden- en Zuid-Amerika. Zij gebruikten tabak in rituelen, genezing en ceremonies.
Door ervaring ontstonden de eerste pijpen van hout, steen en klei. In het Caribisch gebied rolde men gedroogde tabaksbladeren op tot bundels — de voorloper van de moderne sigaar.
Na de reizen van Columbus kwam tabak in Europa terecht. Het groeide uit tot een geliefde gewoonte, een handelsproduct en later een wereldwijde industrie.